Achtergrond

Freelance journalist en tekstschrijver gespecialiseerd in sport, politiek en ondernemen. Daarnaast bij Uitgeverij Lakerveld werkzaam als hoofdredacteur. Geeft hier op persoonlijke titel zijn mening over zaken die hem opvallen.

zondag 2 juli 2017

Mijn havenman van het jaar

Het is vrijdagochtend kwart voor negen. Ik rijd Delfzijl binnen. Op de Handelskade-Oost heb ik een afspraak met Harm Post, directeur van Groningen Seaports. Waarschijnlijk de laatste keer dat ik hem nog in functie tref, want hij gaat ermee ophouden.



Zijn naderende afscheid is ook de insteek voor het interview. Zestien jaar is hij directeur van het noordelijke havenbedrijf geweest en vriend en vijand zullen het erover eens zijn dat hij zijn taak meer dan verdienstelijk heeft vervuld. Toen hij begon stond er nog niet zoveel in de Eemshaven en kijk nu eens. Grote energiecentrales, offshore bedrijven, Google is neergestreken en als ik Harm mag geloven volgt binnenkort een nieuwe grote klant die in de Eemshaven gaat bouwen.

Het cijfer dat klanten Groningen Seaports toekennen is met de jaren flink gegroeid, hoewel Harm graag nog had gezien dat het een acht was geworden. Dat is net niet gelukt. Maar veel is wel gelukt. Een van de factoren die aan Harms succes hebben bijgedragen is het normaliseren van de verhouding met de natuur- en milieuorganisaties. En hen bij de projecten betrekken. Dat is bijvoorbeeld bij de bouw van het datacentrum van Google mooi gelukt. Zo omzeil je allerlei ellenlange procedures die het project anders nodeloos zouden vertragen.

Het mooie aan Harm vind ik zijn toegankelijkheid. Voor zover ik het kan inschatten is hij ook straight. Hij is in de jaren dat ik hem ken het type van ‘een man een man, een woord een woord’. Zijn columns leverde hij altijd keurig op tijd in. Vaak kon ik een glimlach niet onderdrukken als zijn stukjes las.

Ik hoop niet dat mevrouw Post hoopt hem na zijn afscheid helemaal voor zichzelf te hebben. Harm heeft nog genoeg te doen. Hij somt een rits een taken op die hij vanaf oktober erbij wil gaan doen, naast de nevenfuncties die hij nu al uitoefent. Zo blijkt hij ‘honorair consul voor Noord-Nederland’ van Noorwegen te zijn. Ik wist dat niet, tot ik vrijdagochtend de plaquette bij de ingang van het havengebouw zag hangen.

Later die ochtend reed ik samen met Aretha Franklin in de auto terug naar huis. Er bestaat nog geen landelijke verkiezing voor Havenman van het Jaar, bedacht ik mij. Als die er was had Harm hem van mij dit jaar mogen ontvangen. Als oeuvreprijs zeg maar. Zijn verdiensten voor de noordelijke havens zijn groot, en het is nog een leuke vent ook.
Het afscheidsinterview met Harm Post verschijnt in de juli-editie van Europoort Kringen, in het Eemsdelta Kringen-katern.

vrijdag 3 maart 2017

Branchevervaging

Steeds vaker zie ik mensen op de verkeerde plaats opduiken. Waar hun kwaliteiten nou niet bepaald ten volle worden benut.




In de detailhandel is branchevervaging al een geaccepteerd fenomeen. Bij de drogist kan je terecht voor kattenvoer, in de supermarkt vind je gereedschap en de doe-het-zelfzaak biedt tegenwoordig ook servies aan. Volkomen normaal vinden wij dit.

Maar ik signaleer ook branchevervaging wanneer je niet naar producten en verkoopkanalen, maar naar mensen kijkt. Mensen die iets doen waarvoor ze eigenlijk niet zijn opgeleid, geen ervaring in hebben en waarvoor de kwaliteiten ontbreken. Neem bijvoorbeeld de Amerikaanse president Donald Trump. Dat is een blufferige zakenman die president is geworden. De eerste pakweg veertig dagen van zijn bewind zijn nu niet direct een denderend succes gebleken. Hij is onbeheerst, jaagt alles en iedereen tegen zich in het harnas en plukt daar nu de wrange vruchten van.

Een ander voorbeeld, iets dichter bij huis. John Heitinga. Waar profvoetballers vroeger steevast een sigarenzaak begonnen als ze waren uitgevoetbald, is dat nu anders. Veel blijven in het voetbalwereldje actief als trainer of scout en wie geluk heeft mag op tv voetbalwedstrijden analyseren. Niet de minsten worden hiervoor gevraagd. Ik noem Johan Cruijff, Willem van Hanegem, Johan Derksen en René van der Gijp. Mensen met autoriteit, die in pakkende bewoordingen de vinger op de zere plek kunnen leggen. En laat John Heitinga dat nu juist niet kunnen. Het is mij een raadsel waarom hij regelmatig als kenner mag opdraven, want John heeft eigenlijk niet zoveel te melden en spaart man en paard in zijn ‘analyses’.

Tot slot kom ik bij Rob Geus uit. Deze nijvere keukenspeurder naar vieze voedselresten en schimmels is, zo heb ik gezien, onlangs naar Tirol afgereisd om daar etablissementen aan zijn timmermansoog te onderwerpen. Kleine bijkomstigheid is dat Rob de Duitse taal nu niet bepaald machtig is en met handen en voeten aan de horeca-ondernemers probeert duidelijk te maken waarvoor hij komt. ‘Was das’, ‘fünf minutes’ en ‘yeah’ heb ik hem al ettelijke keren in een uitzending horen zeggen. Typisch een gevalletje van de verkeerde man op de verkeerde plaats lijkt mij. Maar er is nog meer. SBS heeft Rob Geus ook afgestuurd op onze premier en Geert Wilders voor wat diepte-interviews. Het resultaat hiervan krijgen wij volgende week te zien. Eerlijk gezegd zijn mijn verwachtingen niet bijster hoog. Want wat kan je verwachten wanneer je Frits Wester in een witte stofjas de keuken instuurt?

zondag 19 februari 2017

Hommeles in Zweden

Er schijnt iets verschrikkelijks te zijn gebeurd in Zweden. Vrijdagavond.


De Amerikaanse president Trump hield gisteren een toespraak in Florida, waarin hij zijn aanhangers vertelde over de aanslagen die door terroristen in Europa zijn gepleegd. Hij wees daarbij ook op ‘what happened last night in Sweden’. Hij liet een heel korte stilte vallen, en zei toen nog een keer ‘Sweden!’. Zelfs daar slaan terroristen toe, leek hij te willen zeggen.

Wat zou er in Zweden gebeurd kunnen zijn? Wanneer ik zoek op ‘Zweden’ en ‘aanslag’ stuit ik op berichtjes over een mislukte aanslag in 2010. Meer is er gelukkig niet te vinden. In Zweden kabbelde het leven vrijdagavond voort zoals het dat altijd heeft gedaan.

Nu is Trump niet over zijn eerste leugen gestruikeld. Ook neemt hij het met de feiten niet zo nauw. Daarbij is de voor mij even schaamteloze als fascinerende term ‘alternatieve feiten’ gelanceerd, in verband met de volgens Trump bijzonder grote opkomst bij zijn inauguratie. Wat de laatste uitglijder betreft houd ik het op een foutje. Dat is ook niet voor het eerst. Nadat Trump op een surrealistische persconferentie vorige week beweerde dat hij met een recordaantal kiesmannen tot president was verkozen, wees een Amerikaanse journalist hem erop dat dit niet klopte. Trumps reactie was dat hij de informatie ook maar van een medewerker aangereikt had gekregen. Tja.

Ik schaar dit ‘Zweedse’ voorval dan ook maar onder de noemer ‘fake news’.

zaterdag 17 december 2016

Over diervriendelijk vlees en bejaarden

22.000 Nederlanders en Vlamingen hebben gesproken. ‘Diervriendelijk vlees’ is het woord dat wij het komend jaar niet meer willen horen. Andere woorden die hoog scoren zijn ‘hun (hebben)’, ‘zeg maar’ en ‘bejaarden’. Van mij had 'dank' er ook wel bij mogen staan.

Sinds een aantal jaar legt het Instituut voor de Nederlandse taal de vraag voor welk woord met ingang van het komend jaar zou mogen verdwijnen. Op de website Wegmetdatwoord.nl kan je er een stem uitbrengen. Het winnende woord - of eigenlijk is het een woordcombinatie - is een contradictio in terminis. Of in het Nederlands: de woorden spreken elkaar tegen, want hoe diervriendelijk is het überhaupt om een dier voor consumptie te doden? Er zit dus wel wat in, maar om nu te zeggen dat het ergerlijk is, nou nee. De nummer twee ‘hun (hebben)’ is foeilelijk fout Nederlands, maar was mij dit jaar ook niet bijzonder opgevallen.

Verder lijkt de vergrijzing tastbaar te worden in deze verkiezing, want men wil niet langer als ‘bejaarden’ worden bestempeld. Lijkt me logisch, want ‘bejaarde’ is een lekker ouderwets woord voor hulpbehoevende oudjes. Magazines voor deze doelgroep gebruiken liever de woorden ‘Plus’ en ‘Senioren’. Ik ben benieuwd of Henk Krol van de ouderenpartij 50plus tegen deze term in het geweer komt wanneer hij na de komende verkiezingen met een grotere fractie in de Tweede Kamer terugkomt. Dit in navolging van het trouwens ook erg lelijke woord allochtoon.
Het opvulwoordje ‘zeg maar’ is dit jaar op plaats vijf terecht gekomen. Het wordt al jaren gebezigd als een onnodig extra woordje in een zin, net als ‘eigenlijk’ en ‘dus’. Ook niet nieuw is ‘absoluut’. Niet in de zin van volledig, maar als een lekker extra ferm ‘ja’. Ben je het ermee eens? Absoluut!

Mijn suggestie voor het woord dat volgend jaar zou mogen verdwijnen is ‘dank’. In plaats van ‘bedankt’ of ‘dank je’ zeggen veel mensen nu het verkorte ‘dank’. Let er maar eens op, je hoort het overal om je heen. Ik vind het een vreemde en niet zo mooie afkorting, een soort verlate turbotaal die nog nasijpelt.


Weg met dat woord top-10 2016

1. Diervriendelijk vlees 32%
2. Hun (hebben) 30%
3. Ik heb zoiets van 9%
4. Groentjes 6%
5. Zeg maar 6%
6. Bejaarden 6%
7. Bubbels 4%
8. Uitdaging 3%
9. Absoluut 2%
10. Leuk 2%

zondag 6 november 2016

Kappersverhalen

Deze week zette ik mij weer eens in de stoel van de kapper. Het leverde een bijzonder gesprek op met een Turk die een Irakees bleek te zijn.





Normaal gesproken vragen kappers mij steevast naar mijn vakantie of ze willen weten wat voor werk ik doe. Ik geef dan antwoord, waarna over het algemeen het gesprek verzandt en mijn knipbeurt zwijgend verloopt.
Afgelopen woensdag had ik een heel andere ontmoeting met een kapper. Op aanraden van kennissen ging ik een dorp verderop naar ‘de Turk’ die voor een mooi prijsje prima schijnt te knippen. Op de terugweg van een afspraak reed ik er iets voor sluitingstijd naartoe. Van buiten las ik op de winkelpui dat hij een ‘barbier’ is, zoals kappers voor mannen zich tegenwoordig veelal plegen te noemen.
Ik ging in de stoel zitten en hij vroeg hoe ik het geknipt wilde hebben. Tot zover verliep het nog zoals ik gewend was. Hij begon te knippen en wilde weten welke geloof ik had. Ik zei dat ik nergens in geloofde. Dat verbaasde hem. Hij haalde daarop het kettinkje met een crucifix van onder zijn shirt vandaan en liet daarbij weten dat hij christen is. Waar kom je vandaan, vroeg ik hem. Uit Irak, vertelde hij, zonder er veel aan toe te voegen.
Daarop wilde hij weten waar ik woonde. En vervolgens of er daar ook veel Joden wonen. Een beetje vreemde vraag, maar ik antwoordde hem dat het een katholiek dorp is waar veel aan carnaval wordt gedaan.
Hoe kan je in Nederland het beste een lening afsluiten om een huis te kopen, was hij ook benieuwd. En is het beter om te huren of te kopen? Ik gaf hem wat adviezen.
De knipbeurt liep ten einde. Het was tijd om mijn kapsel te stylen. Hij deed een flinke greep in de pot met gel en begon flink in mijn haar te kneden. Dit deed hij heel fanatiek. Op een gegeven moment ging hij twee meter naar achteren in een wachtstoel zitten om het resultaat optimaal te kunnen beoordelen.
Toen hij klaar was en hij mij in een spiegeltje het kapsel toonde, gaf ik hem een compliment. Dat is een stuk beter, zei ik hem. Nee, niet een stuk beter, verbeterde hij, heel veel beter!

dinsdag 18 oktober 2016

Waarom Donald Trump zoveel jokt

Bij de Amerikaanse tv-debatten op tv rijgt de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump de onwaarheden aaneen. Ik vraag mij af waarom hij dit doet.


Al sinds de klassieke oudheid wordt het belang van de redenaarskunst ingezien. De oude filosoof Aristoteles hechtte een aantal waarden aan retorica, waaronder het stuiten van fraude en onrecht. Door het uitwisselen van argumenten kan je anderen van je gelijk overtuigen. Daarnaast dient het debat ter educatie van het publiek, vond hij. 

Donald Trump denkt daar heel anders over. In de eerste twee tv-debatten met zijn rivale Hillary Clinton viel vooral het aantal onware beweringen van Trump op. Zo stelde hij dat een bekende Amerikaanse journaliste naar Nigeria zou zijn gereisd, om de geboortegegevens van Barack Obama te checken. Toevallig zat zij in een tv-programma dat aansluitend op het tv-debat werd uitgezonden. Zij ontkende op verbaasde toon ooit hiervoor naar Nigeria te zijn gegaan. En zo zijn er heel veel andere voorbeelden van door Trump geuite onzin. De website PolitiFact heeft vier uur aan speeches van Trump geanalyseerd en uitgevonden dat hij elke vijf minuten een leugen verkondigd. Ook Hillary Clinton zit er wel eens naast, maar lang niet zo vaak als Trump.

Je weet toch dat je in een Amerikaanse verkiezingsrace onder het vergrootglas ligt en dat jokken uitkomt? Ik kan een aantal redenen bedenken waarom Trump dit roept. De eerste is dat zijn dossierkennis ontoereikend is, maar dat hij al pratende toch gegevens nodig heeft om zijn stellingname te onderbouwen. Dus roept hij maar wat. Een andere mogelijkheid is dat het een bewust onderdeel van zijn strategie is. Feiten doen er niet toe, het gaat om het gevoel dat hij op het publiek wil overbrengen. Hij speelt immers in op een sentiment van onbehagen onder het Amerikaanse kiezerspubliek. Een derde optie is dat hij maar wat doet. Het is bekend dat hij zich voor het eerste tv-debat met Clinton niet of nauwelijks had voorbereid. Hij improviseert zijn teksten ter plekke en debiteert heel impulsief allerlei feiten waarvan hij eigenlijk geen benul heeft of die juist zijn. Een laatste verklaring zou zijn dat Trump voortdurend bewust liegt om zijn ideeën te onderbouwen. Hij vindt misschien oprecht dat er een muur bij de grens van Mexico moet worden gebouwd en verzint er vervolgens allerlei statistieken bij.

Vanavond is het derde tv-debat in de serie. Ik ben benieuwd hoe Trump zich dan presenteert.

zondag 4 september 2016

Mijn ontmoeting met Ruud Gullit

De Zwarte Tulp deed dit weekend Leiden aan. En ik was erbij.



Ruud Gullit? Met een lege blik kijkt mijn elfjarige dochter mij aan, terwijl ze deze voor haar betekenisloze naam nog eens herhaalt. Ruud Gullit komt zondag naar een Leidse boekhandel, waar hij zijn nieuwe boek signeert. Het lijkt mij leuk om te gaan, en na mijn dochter wat YouTube-filmpjes van Ruud in zijn gloriedagen te hebben getoond, is zij er ook wel voor in. Voor het ontmoeten van een celeb valt zij altijd wel te porren.

We lopen door de Leidse binnenstad en de paniek is groot. Ondanks herhaaldelijk herinneringen is dochterlief haar mobiel vergeten, waarmee ik haar met Gullit zou fotograferen. Mijn vrouw, normaal bijna vergroeid met haar telefoon, heeft deze om onbegrijpelijke redenen ook thuis laten liggen. Ik heb mijn mobiel wel op zak, alleen is de batterij zo goed als leeg. Doe hem dan maar helemaal uit, raden de dames mij aan, om het apparaat op het moment suprême weer aan te zetten. Ik volg het advies op. Wanneer we voor de boekenwinkel staan, blijkt het aan- en uitschakelen de batterij van mijn telefoon geen goed te hebben gedaan. Hij geeft geen teken van leven meer. Gelukkig blijkt er in de winkel een oplaadstekkertje te zijn, waarmee mijn toestel van de broodnodige elektriciteit kan worden voorzien.

Met een vlotte pas, en in casual kleding gestoken, komt Ruud Gullit om tien voor twee de winkel binnen gelopen. Hij is in het gezelschap van een blonde man, waarschijnlijk van de uitgeverij die het boek heeft uitgegeven. De mensen in de winkel, ik schat dat het er zo’n dertig zijn, vormen direct een rij voor de statafel waarachter de voormalige Europees en Wereldvoetballer van het Jaar plaatsneemt. Professioneel en vriendelijk zet Gullit zijn krabbel voor iedereen, en geduldig laat hij zich fotograferen.

“Jij eerst”, fluistert mijn dochter mij toe wanneer wij voor Ruud staan. Ik overhandig hem mijn boek. “Voor wie kan ik erin zetten?”, vraagt hij. Ik zeg dat alleen zijn handtekening genoeg is. Met een ferme beweging vereeuwigt hij het drukwerk ermee. Even later doet hij dit ook in het notitieblokje van mijn dochter, waarna ik haar met Gullit fotografeer. “Kan je iets naar beneden zakken?”, vraag ik hem, vanwege het lengteverschil tussen beiden. “Oh, ja”, zegt Gullit, en hij zakt een stukje door de knieën. Daarna stelt mijn dochter hem nog een vraag die we van tevoren hadden bedacht. Wie hij de beste voetballer van de wereld vindt. “Van dit moment?”, vraagt hij. Wij knikken van ja. Na enig nadenken zegt Gullit: “Messi!” We willen weglopen, maar mijn vrouw heeft óók nog een vraag aan Ruud. Wat hij het lekkerste Surinaamse gerecht vindt. Gullit wrijft even over zijn buik, denkt een paar seconden na, en zegt dan “Moksi meti.”

Een paar tellen later staan we weer buiten. “Hij was aardig”, zegt mijn dochter.